‘In da Mölltalleitn

Auf da Sunnaseitn’ . . . Daar wonen we sinds eind 2016 ons huis klaar is.


door Goela Besse


Voor wie nog niet helemaal thuis is in het Kärntnerisch: Leitn betekent weide en Sunnaseitn is natuurlijk de zonzijde. Dit is zo’n beetje het volkslied van het Mölltal en wordt ook graag op begrafenissen gezongen. De mooiste bloemen, de mooiste meisjes en nog één keer er langs gedragen worden!


Het Mölltal is een westelijk stukje Kärnten en grenst aan Osttirol met Sonnenstadt Lienz als hoofdstad. We gaan de Möll volgen vanaf de Pasterze gletscher, aan de voet van de Großglockner, waar hij via de Margarethen Stausee, ongehinderd door industrie, aan een reis van zo’n 80 kilometer begint om vervolgens bij Möllbrücke in de Drau uit te monden.


De eerste halte is het legendarische Heiligenblut. Het kerkje met zijn spitse toren en op de achtergrond de Großglockner is werkelijk een plaatje. Kort daarvoor, bij Kehre 27, even een uitstapje naar het Fleißtal en naar Apriach met zijn Stockmühlen.


Weer terug naar de kristalheldere Möll komen we langs een waterval: de Jungfernsprung. Liever dan in handen van de booswicht te vallen sprong de jonkvrouw naar beneden en ziedaar, een waterval! Dan volgen Großkirchheim met zijn sportcentrum, Mörtschach, even afslaan omhoog naar het Astental, een wandel- en bloemenparadijs. Naast het Astental zijn er natuurlijk nog veel meer prachtige plekken: Gößnitztal, Gradental, Zirknitztal, stuk voor stuk de moeite waard.


En dan maakt de Möll, bij Winklern, een tamelijk scherpe bocht naar het oosten en daar boven met uitzicht op de Kreuzeck Gruppe en een stukje van de Lienzer Dolomiten, daar wonen we.















We zijn nog steeds in het Nationalpark Hohe Tauern. Onderweg langs de Möllen, na Bad Lainach, maken we weer een tussenstop via Lobersberg naar Marterle, een kerkje, gelegen op meer dan 1800 meter hoogte, etappe van de Alpe Adria Trail.














Weer terug in het dal komen we onder meer door Rangersdorf, Stall en Flattach met toegang naar de Mölltaler gletscher en de Raggaschlucht. In Obervellach - waar je mooi de treinviaducten kunt zien langs de helling - omhoog naar Mallnitz met station en (auto)treintunnel naar het noorden. Daar vinden we de Ankogel Bergbahnen en het prachtige Seebachtal. En ook Obervellach heeft zijn Schlucht, de Groppenstein.


Maar we gaan weer terug naar onze gids, de Möll, die al het grootste deel van zijn reis erop heeft zitten. We komen langs de Reisseckbahn, helaas gesloten, waar bovenaan momenteel aan een tunnel wordt gewerkt en langs de Kreuzeckbahn. Er zijn een paar kleine meertjes, burchten, rafting-gelegenheden en de waterkrachtcentrale.


En dan, bij Möllbrücke, raakt de rivier zijn naam kwijt en stroomt in de Drau, die vanuit Italië via Lienz en het Drautal komt op weg naar Spittal.


Wat is er nou zo speciaal aan het Mölltal? De natuur is prachtig, maar ja, waar niet in Kärnten? Het is er wat minder toeristisch (lees: druk) en het landschap is wat woester dan richting het oosten. We hebben de Nordföhn oftewel de Tauernwind en het weer verandert bliksemsnel.


De mensen? Wel, ze hebben zo hun eigenaardigheden, zijn bijna allemaal op de een of andere manier (ex)familie van elkaar  . . . , maar ze zijn vriendelijk, gastvrij en nieuwsgierig tegenover ons, als import. Inburgeren is heel eenvoudig.


Het wemelt er van de kerkjes, kapelletjes en kruisen en er is geen industrie. Wel nog veel, kleine, boerenbedrijfjes en dat brengt ook een bepaalde sfeer met zich mee: allemaal tegelijk mesten, hooien, koeien naar de alm.


Er wordt gefeest, gegeten, veel en vaak gegeten en gedronken en er is om 5 (!) uur ‘s morgens de Weckruf als het Kirchtag is.


Ook wordt er geschreven. “Das lange Tal der kurze Geschichten” was afgelopen jaar een schrijfwedstrijd met verrassend veel mooie, grappige en ontroerende korte verhalen, die gedurende een aantal avonden werden voorgelezen. En ook dit jaar vindt weer iets dergelijks plaats. Er zijn in Winklern schrijfworkshops over allerlei onderwerpen.


En . . . er is muziek, veel muziek . . . Ieder dorp zijn Trachtenkapelle, kleinere ensembles, zangkoren, jeugd, waarbij de muziekschool een grote kweekvijver is. Er waren “Die Mölltaler” met afgelopen zomer hun afscheidsfeesten na zo’n jaar of 40 rondtoeren. Mölltalklang (onder de paraplu van ProMölltal) organiseert eind augustus een pop-, funk- en soulworkshop voor eenieder die graag zingt met als dirigent de Indiase duizendpoot Vijay Upadhyaya.


Vijay Upadhyaya, onder meer dirigent van het Chinese Staatskoor, waarvan deze winter een delegatie te gast was in het Mölltal. Ik ben gaan luisteren in het kerkje van Heiligenblut, waar als afsluiting van een bijzonder, erg mooi concert (een Chinees staatskoor met op de achtergrond allemaal heiligenbeelden!) in het Kärntnerisch gezongen werd.


En je raadt het al . . . : In da Mölltålleitn . . .’



Terug naar

Vriendenpraat